fbpx

De plank schommelt zachtjes op en neer. Stapje voor stapje schuifel ik naar het uiteinde. Ik voel me opgejaagd door de stoere jongetjes achter me die popelen om zich te bewijzen aan hun vriendjes. Ik sta niet te popelen, maar weet dat ik dit moet doen. Mijn oksels zijn vochtig en niet van het zwemwater, ik hoor mijn hart bonzen, mijn ademhaling versnelt en mijn armen trillen. Spring Sandy, spring!

Het begon de dag ervoor toen ik mijn tweede video-opdracht ontving van Arjan en David van 365 Dagen Succesvol. 2020 wordt mijn beste jaar ooit, dan doe ik mee aan hun jaarprogramma. En nu al ontvang ik af en toe een opdracht om me voor te bereiden. De opdracht luidde ‘bepaal je intentie, wat wil je uit het jaarprogramma halen?’. Ik vroeg mijn man om mee te denken, want de voorbeelden die Arjan en David gaven waren allemaal herkenbaar. ‘Beginnen’, dat was het woord dat mijn man gebruikte. En hij heeft gelijk, ik vertoon uitstelgedrag. Eerst een studie, een website, nog een cursus, een webinar maken, nog een blog, nieuwe baan, even alles op pauze om daaraan te wennen, nog meer geld uitgeven aan een nieuwsbrief… Ik heb koudwatervrees. Zelf maak ik ervan: Durven, doen, springen! Dat is mijn intentie. Ter plekke besluit ik: morgen spring ik van de duikplank.

Dure hobby
Het mooie is dat ik al mensen help met mijn coachpraktijk, ik krijg reacties van mensen die anders kijken naar hun lijf, die zichzelf met liefde leren omarmen en dat alleen al door mijn webinar en mijn blogs. Heel mooi, maar betalende klanten heb ik nog steeds niet. Echt begonnen ben ik dus niet. Volgens mij heb ik de meest tijdrovende en duurste hobby ooit met mijn bedrijf. Diep van binnen weet ik dat ik met mijn ervaring in combinatie met mijn opleiding tot coach vrouwen kan helpen met hun zelfbeeld. Te leren om te zorgen vanuit liefde voor jezelf.

De sprong in het diepe
Zeggen dat ik geen waterrat ben is een understatement. En in het water springen, zelfs gewoon vanaf de kant, vind ik doodeng. Op de duikplank ben ik nog nooit geweest, veel te hoog. In het zwembad word ik aangemoedigd door mijn man en 2 dochters. Mijn eerste sprong is van de kant. Ik weet dat ik gewoon niet teveel moet denken, maar doen. Toch sta ik nu al te trillen en twijfelen. De sprong die ik maak is niet eens hoog genoeg om met mijn hoofd onder water te belanden. Toch voel ik mijn lijf nog steeds trillen als ik eenmaal in het water lig. Om eraan te wennen, spring ik nog een keer en nog een keer. Het voelt steeds minder eng. De volgende stap is het duikblok. Terwijl ik op het blok sta te trillen, merk ik wat ik in het dagelijks leven doe. In de verte zwemt iemand mijn kant op en ik besluit te wachten ‘want wie weet zwemt hij zo in de weg’. Op het droge rent een jongetje voorbij en ik zeg tegen mezelf ‘wacht even voor de zekerheid, straks springt hij erin’. Dat doe ik ook met ondernemen: ‘wacht even, want..’. Er is altijd wel een excuus om nog niet echt te beginnen. Te druk met voorbereiden, extra kennis vergaren, anderen die al doen wat ik wil doen of die een mening hebben over wat ik doe. Ook heb ik moeite met het blok loslaten, mijn voeten plakken eraan vast. Heel bewust vraag ik me af ‘waar ben ik bang voor?’. Ik weet heus wel dat ik niet verdrink, ik kan zwemmen. En er zwemt niemand zo dichtbij dat ik erbovenop spring. Op dat moment zie ik de dingen heel scherp, ik ben alleen maar bang omdat ik het nog nooit gedaan heb. Ik spring, laat los en plons in het water. Het voelt spannend, verfrissend, bevrijdend, onwennig nog. De duikplank is ook spannend, want iets hoger en recht boven het water. Maar mijn inzicht op het duikblok heeft me zoveel gebracht dat loslaten hier makkelijker is. Vier keer spring ik van de duikplank, totdat het niet meer eng is. Een nieuwe weg is aangemaakt door het oude bekende pad te verlaten. Ik ben benieuwd waar deze weg me naartoe brengt.