fbpx

Het is januari, in mijn bikini sta ik met mijn groep buiten te wachten tot we aan de beurt zijn. De kou is een voorbereiding op wat komen gaat. We gaan klaar staan, geconcentreerd bewegen we onze armen heen en weer om ons lichaam op te warmen. De slippers gaan uit, we mogen de eerste stap zetten. Duizend naalden prikken in mijn voeten en enkels, de kou lijkt onhoudbaar. Ik ben hier om een ijskoude les te leren.

Ook coaches hebben behoefte aan coaching. Daarom doe ik dit jaar mee met een coachprogramma. Nieuwe inzichten in mezelf, manieren om verder te komen dan ik tot nu toe gekomen ben. Ik heb er vertrouwen in dat dit jaar het me gaat brengen. Een aantal weken geleden ontving ik een voorbereidingsmail voor de eerste dag van het eerste weekend. ‘Doe badkleding aan onder je kleren en neem een handdoek mee, want het gerucht gaat dat we een nieuwjaarsduik gaan maken’, was het advies. PANIEK! Ten eerste: in bikini met mijn witte lijf, ten tweede: KOUD! Wekenlang hield het me bezig. Hoe ga ik dat doen? Wat moet ik meenemen? Hoe gaat dat met omkleden?

Mama is een watje
Op de dag zelf is er af en toe live verbinding met het zwembad. Het blijkt om een ijsbad te gaan. De hele dag door zien we zakken vol ijs in het bad gestort worden. De moed zakt me meer en meer in mijn slippers. Als coach snap ik natuurlijk de bedoeling van deze oefening: uit je comfortzone komen, je grenzen verleggen. Nou, dit is wel een eind uit mijn comfortzone, in de zomer in een zwembad van 25 graden gaan, duurt bij mij ongeveer een kwartier. Begeleid door gegil van mijn kant en mijn kinderen die in koor roepen ‘mama is een watje’. Maar dit keer niet: dit ga ik gewoon doen neem ik me voor.

Euforie
De eerste stap is gezet, ik sta tot en met mijn enkels in ijswater. Oncomfortabel had ik verwacht, maar het doet ronduit pijn. Bij de volgende stap in het bad worden we verzocht meteen op onze knieën te gaan zitten zodat je met je buik onder water gaat. Ik verras mezelf door het koeltjes te doen. Zonder gegil, zonder uitgemaakt te worden voor watje. Als we zakken tot de schouders prikken de naalden in mijn hele lijf. Ik moet mijn best doen om te blijven ademen. ‘Ik kan dit aan, ik kan dit aan, ik kan dit aan’ herhaal ik in mezelf. Hoe hard mijn lijf ook tegen me schreeuwt dat ik weg moet wezen, ik blijf zitten. Als de begeleider aftelt, geef ik pas toe aan mijn gevoel. ‘5, 4, 3, 2, 1, en we hebben nieuwe helden!’. Het water uit, euforie, juichen, niet uitglijden, pijn aan mijn hele lijf, trots, opgelucht, high fiven, knuffelen, nog steeds naalden in mijn voeten. Mensen die zeggen: doe je badjas aan! Maar hé, de buitenlucht is ineens zo aangenaam warm geworden. Ik voel me trots tot in mijn prikkende tenen, op alles wat en wie ik ben.

Ik kan dit aan
Na de warme chocomel, nog meer high fives en weer omgekleed in de zaal horen we wat de les van deze oefening was. Uit je comfortzone, natuurlijk, grenzen verleggen, natuurlijk. Maar eigenlijk ging het om iets anders. ‘Hoe lang heeft dit je vooraf bezig gehouden?’ Deze vraag maakt alles duidelijk. Verdorie, wekenlang heb ik me er druk om gemaakt. Ik ging zenuwachtig dit weekend in alleen door deze aankondiging. Dat gevoel werd alleen maar erger met elke zak ijsklontjes die ik het bad in zag glijden. En hoe erg was het nou werkelijk? Bovendien: het waren maar 2 minuten! Wekenlange zorgen om 2 minuten die ik gewoon aankon. Wat zonde van mijn energie. Dat doe ik met heel veel dingen. Ik pieker over zoveel dingen die uiteindelijk bijna altijd meevallen. En niet zo lang duren. Geen zorgen meer dus, want nu ik weet ‘ik kan dit aan’, kan ik de hele wereld aan.